
Onderzoeksraad: 7000 asielkinderen in noodopvang structureel verwaarloosd
De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft na ruim twee jaar onderzoek vastgesteld dat duizenden kinderen in asielnoodopvang in gevaarlijke omstandigheden leven. Minister Van den Brink moet binnen zes maanden maatregelen treffen om de situatie te verbeteren.
Omstandigheden onder internationale norm
Volgens het rapport worden 7000 kinderen blootgesteld aan onveilige situaties die hun ontwikkeling bedreigen. De noodopvanglocaties bevinden zich in leegstaande kantoren, schepen en evenementenhallen. Inmiddels bestaat 60 procent van alle opvanglocaties uit dit soort noodopvang—wat ooit als tijdelijke oplossing begon, is nu structureel geworden.
Risico's voor kinderen
De kinderen kampen met geluidsoverlast en volledige afwezigheid van privacy. Kamers worden gescheiden door dunne schotten. Zij lopen groot risico op fysiek en seksueel geweld. Ook zijn douche- en toiletfaciliteiten regelmatig ontoereikend.
Bovendien verhuizen deze kinderen gemiddeld tot tien keer in korte periodes, wat schoolgang onmogelijk maakt en chronische stress veroorzaakt. Onder alleenstaande minderjarigen komen zelfverwondingen en suïcidaal gedrag voor.
Politieke onwil
De raad wijst op "het ontbreken van politieke wil en bestuurlijk onvermogen." Bestuurders accepteren situaties die in normale omstandigheden ondenkbaar zouden zijn. Het rapport spreekt van "moreel onverdedigbare" structurele verwaarlozing.
De onderzoeksraad adviseert onveilige plekken in kaart te brengen en aan te pakken. Daarnaast moet een maximumtermijn voor verblijf in noodopvang komen. Tegelijk publiceert de raad een open brief aan alle gemeenteraadsleden om hun bijdrage aan verbetering in te zetten.


