
Nederland moet miljarden extra uitgeven aan water, maar schade niet volledig te voorkomen
Het Nederlandse waterbeleid vergt een drastische financiële inspanning. Deltacommissaris Co Verdaas adviseert om de uitgaven voor waterbeheer op termijn te verdubbelen van ongeveer 11 miljard euro per jaar naar minstens 22 miljard euro. Dit zou betekenen dat Nederland vanaf 2 procent van het bruto binnenlands product aan waterveiligheid besteedt, in plaats van het huidige 1 procent.
Toenemende uitdagingen
Verdaas presenteert deze week zijn herijking van het Deltaprogramma aan minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat. Zijn rapport toont dat klimaatverandering de waterproblematiek in Nederland fundamenteel verandert. Toekomstige zomers zullen droger worden, winters natter, en buien intenser. Daarnaast stijgt de zeespiegel verder.
De uitdagingen stapelen zich op. Veel regio's worstelen tegelijk met zoetwatertekort, verzilting, wateroverlast en veiligheidskwesties. De gevolgen zichtbaar: van plotselinge rampen zoals de overstroming in Limburg in 2021 tot sluipende schade aan landbouw en infrastructuur door droogte en verzilting.
Niet alles is oplosbaar
Een cruciaal inzicht uit het rapport: niet alle wateruitdagingen zijn technisch op te lossen. Hoewel maatregelen nodig blijven, kunnen deze niet voorkomen dat er toekomstig schade en waterproblemen ontstaan. Alleen het gemaal bij IJmuiden kost al 2 miljard euro, en dat is slechts één van vele opgaven.
De regering moet transparant communiceren over wat wel en niet kan worden bereikt. Vooral op lange termijn, tot het jaar 2100, kunnen niet alle risico's beheerst worden. Dit betekent dat de samenleving zich moet voorbereiden op overlast en weerbaar moet worden gemaakt.
Oproep voor aanpassingen
Verdaas pleit voor een nieuw waterhoofdstuk: langer water vasthouden, meer ruimte voor rivieren en vertraagde afvoering. Uitstellen van deze aanpassingen, waarschuwt het rapport, vergroot de risico's voor toekomstige generaties aanzienlijk.