
VS en EU botsen over AI-regelgeving: minder of meer controle?
De Verenigde Staten en Europese Unie nemen tegengestelde koersen uit bij de regulering van kunstmatige intelligentie. Terwijl Brussel meer toezicht instelt, pleit Washington voor minder beperkingen. Dit verschil kwam dinsdag scherp in beeld.
Amerika kiest voor minimale regels
De VS organiseerde in Chapel Hill, Noord-Carolina een G20-bijeenkomst over innovatie. Daar betoogde Michael Kratsios, technologieadviseur van president Trump, dat landen niet elke technologie apart moeten reguleren. Hij propageerde de zogeheten Carolina Principles, gericht op breed beleid zonder specifieke technologiefocussen.
Trumps plan is de VS uit te bouwen tot wereldleider in AI, onder meer door regelgeving af te bouwen. Amerikaanse tech-toppers steunden dit standpunt. Mark Zuckerberg (Meta) en Elon Musk (Tesla) waarschuwden dat massale investeringen in datacenters en elektriciteitsproductie nodig zijn. Musk stelde dat bedrijven in een klimaat van lichte regelgeving het best kunnen floreren: "nieuwe dingen moeten standaard legaal zijn, niet standaard illegaal".
Europa gaat door met streng toezicht
Op dezelfde dag stuurde de Europese Commissie informatieverzoeken naar ruim dertig AI-bedrijven wereldwijd. Dit is een voorfase voor mogelijke formele onderzoeken naar naleving van de AI-Act, Europees regelwerk dat wereldwijd als eerste AI uitgebreid beheert.
De Europese wet verbiedt AI-activiteiten met "onaanvaardbare risico's" en eist transparantie van andere diensten. De transparantieregels zijn in augustus ingegaan. Henna Virkkunen, Europese vicevoorzitter technologische soevereiniteit, benadrukte dat Brussel alle stappen onderneemt voor naleving van deze wet.
De controleslag volgt op incidenten met OpenAI en Anthropic, die beide onbevoegd toegang tot systemen hebben gekregen tijdens beveiligingstesten.