
Amerikaanse FCC schrapt grens voor televisiebezit
De Amerikaanse Federal Communications Commission (FCC) heeft donderdag het nationale plafond voor radiofrequentie-eigendom afgeschaft. Dit betekent dat radiostations voortaan niet langer aan een vastgestelde grens gebonden zijn.
Wat verandert er?
Tot nu toe mochten eigenaren van uitzendstations gezamenlijk niet meer dan 39 procent van alle Amerikaanse huishoudens bereiken. Die beperking vervalt nu. In plaats van vaste regels gaat de FCC voortaan geval per geval beoordelen of concentratie van mediabezitten in het publieke belang is.
Wie stemde waarvoor?
De twee Republikeinse commissarissen, voorzitter Brendan Carr en Olivia Trusty, stemden voor afschaffing. Democratische commissaris Anna Gomez stemde tegen. Carr heeft zich al maanden kritisch uitgesproken over de regel, die hij ziet als kunstmatige belemmering voor omroepondernemingen.
Kritiek op het besluit
Critici vrezen dat grotere mediaconcentratie leidt tot minder lokale journalistiek en hogere kosten voor consumenten. Gomez stelt bovendien dat alleen het Congres de bevoegdheid heeft deze regel te wijzigen, aangezien deze in een wet uit 2004 is opgenomen. Dat maakt het besluit mogelijk vatbaar voor rechtszaken.
Eerdere ontwikkelingen
De FCC gaf eerder al toestemming voor de 6,2 miljard dollar zware fusie tussen omroepbedrijven Nexstar en Tegna, ondanks de toen nog geldende regel. Een federale rechter heeft deze fusie voorlopig stilgelegd nadat enkele staten bezwaar indienden.